De nieuw gekozen president van Egypte, Mohammed Mursi, heeft een groot probleem. Zijn land – maar ook andere landen in de regio – is verslaafd aan brandstof- en voedselsubsidies. De subsidies slaan een gat in de begroting, maar bij het afschaffen van korting op voedsel en benzine staat het Tahrirplein in Caïro zo weer vol.
Als mensen honger hebben, zorgt de overheid voor lage voedselprijzen. Het voedsel moet worden vervoerd en vervolgens bereid, dus geef de mensen ook een korting op brandstof. In veel opkomende markten, met name in centraal bestuurde landen, is subsidie op voedsel en brandstof gemeengoed. Het is een logische maatregel om de armere delen van de bevolking te helpen, maar tevens ook rustig te houden.
Het punt is dat veel overheden in de aantrekkelijk val zijn getrapt de subsidies aan iedereen te verstrekken. Onder het motto: als het goed is voor de armen, is het goed voor iedereen, deelt ook middenklasse en het bedrijfsleven uit de subsidieruif. Dat heeft zo zijn effecten: prijzen worden kunstmatig onder de kostprijs gehouden met als gevolg dat de vraag (ook kunstmatig) aantrekt.
De crux is dat niet alle landen dit kunnen betalen. Neem Egypte. De kosten voor de voedsel- en brandstofsubsidies bedragen 10% van het bruto binnenlands product (bbp). In Yemen kost het de overheid jaarlijks 9% van het bbp om alleen de brandstofsubsidies op te hoesten.
Voedselrellen
Het stopzetten van dit soort subsidies heeft een prijs en dat weten Egyptische leiders maar al te goed. In 1977 besliste toenmalige president Anwar Sadat de prijs van verschillende gesubsidieerde levensmiddelen te verhogen. Dit leidde tot grote voedselrellen, waarna de maatregel weer werd teruggedraaid. Ook de laatste Egyptische revolutie begon door onrust over stijgende voedselprijzen, en in 2008 waren er ook al voedselrellen.
De nieuwe president Mursi is niet te benijden en “caught between a rock and a hard place”; aan de ene kant zal hij de verwachtingen van de middenklasse en armen waar willen maken. Zij willen na de revolutie een groter deel van het geld zien die eerder onder Mubarak en zijn kliek werden verdeeld. Aan de andere kant zal hij het overheidsbudget op orde moeten brengen. Wil Mursi in aanmerking komen voor een lening van het IMF en andere beleggers die geld in het land willen steken, zal het een geloofwaardig begrotingsplan moeten opstellen. Een van de eisen van het IMF zal zijn dat in de subsidies moet snijden. Maar met hogere prijzen voor brood en benzine win je als nieuwbakken president nou niet bepaald het vertrouwen van de bevolking.
Iran
Mursi kan het beste beginnen met het aanpakken van de brandstofsubsidies die veel duurder zijn dan voedselsubsidies. Voor een voorbeeld van hoe de subsidies zijn af te schaffen kan het wellicht naar Iran kijken. Iran kende een korting op onder meer benzine, brood, elektriciteit an en gas. Dit was een restant van de Iran-Irakoorlog in de jaren tachtig. Ze drukten zwaar op het overheidsbudget en waren goed voor een derde van alle overheidsuitgaven. Teheran gaf consumenten een eenmalige vergoeding voordat de prijzen aan de pomp werden verhoogd. Ondanks dat Iran olie voldoende heeft, komt het benzine tekort. Het is voor Iran lastig benzine te importeren door Amerikaanse sancties die bedrijven verbieden benzine aan Iran te verkopen.*
Ook hier deed het afschaffen van subsidies pijn. Het is geen toeval dat in Iran rond dezelfde tijd opstanden uitbraken die met harde hand weer zijn neergeslagen.
Nigeria
Begin dit jaar schrapte Nigeria de subsidies op benzine. Het land moest wel, want het gaf er $ 8 mrd aan uit waarmee de brandstofsubsidies een kwart van het overheidsbudget opslokten. Sinds 1 januari zijn brandstofprijzen in Nigeria meer dan verdubbeld. Een liter benzine kost nu bijna $1 en dat terwijl driekwart van de 160 miljoen Nigerianen leeft van minder dan $ 2 per dag. De bevolking is woedend omdat gesubsidieerde brandstof zo’n beetje het enige was wat ze terugzagen van de olierijkdom van hun land.
Sinds Sadat is er in ruim dertig jaar geen enkele Egyptische politicus geweest die het hervormen van het subsidiesysteem serieus heeft genomen. Mogelijk komt daar verandering in. Begin deze maand legde de interimregering het (inmiddels ontbonden) Egyptische parlement een plan voor om de brandstofsubsidies met 27% te verlagen en die aan de industrie in 2013 stop te zetten. Nu is Musri niet gebonden aan de plannen van de interimregering, maar gezien het gat in de Egyptische begroting zal de nieuwe president hier zeker oren naar hebben. Welke ingrepen er ook volgen, de Egyptische bevolking zal ze gaan voelen.
* Uit het Algemeen Ambsbericht Iran augustus 2011 van het ministerie van Buitenlandse zaken
Dit artikel is deels gebaseerd op Egypt’s Subsidy Blues van Peter Passell gepubliceerd door het Milken Institute
